Archive for the ‘artikelen’ Category

Welke studenten worden wijzer van care, dare en share?

vrijdag, september 15th, 2017

Het is een veelkleurig palet aan idealen waarop het Windesheimbestuur de missie wil baseren. Centraal staat één gewaagd idee: een enorme vrijheid voor “elke student om een persoonlijke en uitdagende leerroute uit te zetten”. Dat klinkt aantrekkelijk, maar is het reëel? Biedt zo’n missie ook bruikbare handvatten om de uitdagingen van een grote hogeschool met succes aan te gaan? Lukt het hiermee om grote aantallen studenten goed voor te bereiden op een beroepsloopbaan?

“We care, we dare, we share”. Om die drie idealen draait het. Onze vraag is: hoe realistisch zijn ze? Want natuurlijk is het goed om een richting te schetsen voor de langere termijn. Maar die richting moet wel ‘kloppen’: berust hij op een goede analyse van Windesheim anno nu? Biedt hij een kader om dilemma’s aan te pakken: is het mogelijk om studenten veel meer vrijheid te bieden, met een enorme diversiteit aan leerpaden, én aan te sluiten op de maatschappelijke vraag, én de werkdruk van docenten te beperken, én het studiesucces te verhogen?

 

Waarom komt een student naar het hbo? Doorgaans is dat om na vier jaar als beginnend beroepsbeoefenaar redelijk zelfstandig aan het werk te gaan. De zorg van een hogeschool moet zijn om studenten naar dit doel te helpen. Welk onderwijs is daarvoor nodig? Een goede strategie kan duidelijk maken welke kennis en vaardigheden van docenten en welke onderwijsorganisatie nodig zijn om studenten succesvol op te leiden tot gewilde professionals. Maar in deze strategie lezen we daar niets over. We lezen wel dat studenten hun eigen leerroute mogen ontwerpen, maar niet hoe Windesheim gaat zorgen dat die leerroute met succes voltooid wordt. Alsof het immer dalende studiesucces in het hbo geen probleem is.

 

“Elke student met talent verdient de kans” om bij Windesheim te studeren, “ongeacht afkomst, vooropleiding, achtergrond of leeftijd”. Dat klinkt mooi, maar hoe voer je dit uit? Kan Windesheim tegelijk aantrekkelijker worden voor mbo 4-studenten, voor studenten ouder dan 30 én voor studenten uit lage inkomensgroepen? Als je dat allemaal tegelijk wilt, moet je ook gaan controleren of deze groepen een beter studiesucces behalen? Stel je voor dat over vijf jaar blijkt dat dit echt lukt. Dan zou de ”belangrijke emancipatoire functie” die Windesheim zichzelf toekent, waargemaakt worden. Dat zou groot nieuws zijn. Bijna alle hogescholen zéggen dat ze die emancipatorische rol hebben, maar weinigen slagen daarin.

 

En dan het meest gedurfde idee: studenten mogen straks hun “eigen leerroute uitzetten”. Gepersonaliseerd leren heet dat. Daar zit een erg positief mensbeeld achter, want een student moet al veel weten en kunnen om een succesvolle leerroute uit te zetten. Maar laten we eerlijk zijn: de meesten hebben geen didactische kennis of verstand van curriculumopbouw. Ook overzien ze hun toekomstige beroepenveld nog niet goed. En dan hebben we het nog niet over de logistieke en kwaliteitsproblemen bij een woud aan persoonlijke leerroutes. Hoe kan Windesheim deze problemen voorkomen?

 

Durven betekent ook: risico’s nemen. Maar hoe zijn die straks verdeeld: wie krijgen de kansen en wie de risico’s? We zoomen in op de mbo’ers. Dertig jaar geleden waren zij in het hbo succesvoller dan havisten, maar sindsdien is hun studiesucces alsmaar verslechterd. Terecht maken bestuurders, politici en de onderwijsinspectie zich hier zorgen over. Het is dus goed om in de strategievisie te lezen dat Windesheim deze neergang tot staan wil brengen.

 

“Geen enkele student valt onnodig uit”, staat er dapper. Je zou dus denken dat Windesheim extra tijd gaat steken in de groep die dat het meeste nodig heeft, maar op dit moment zien we bijna het tegendeel. De hogeschool pronkt met honours programma’s voor de snelste studenten. Zíj krijgen extra lessen om zich te verbreden of te verdiepen. Tegelijk weten we dat docenten hoge werkdruk ervaren. Betaalt de langzamere student dan niet de rekening? De motto’s van ‘gelijke kansen’ en ‘het maximale uit jezelf halen’ zijn te weinig doordacht. In deze versie lijken de plannen meer op het plukken van laaghangend fruit. Is dat vernieuwend?

 

Het derde speerpunt van Windesheimstrategie gaat over “delen”. Dat past helemaal in deze tijd van netwerkeconomie en disruptieve innovaties die oude bolwerken slopen. Zoiets lezen we ook. Windesheim wil omschakelen, van een “gesegmenteerd bolwerk naar een professioneel en lerend netwerk”, waarin “traditionele grenzen tussen opleidingen, domeinen en diensten vervagen”.

 

Maar gaat dit werken voor de student die accountancy of werktuigbouw wil studeren, en zit het beroepenveld op deze vervaging van grenzen te wachten? Er lijkt een denkfout in het spel. Want Airbnb en Uber zijn toch niet groot geworden doordat ze de grens tussen overnachtingen en taxi’s hebben doorbroken? Hun product bleef helder; alleen hebben ze het aanbod ervan gereorganiseerd. Als de hogeschool hiervan wil leren, zou het ‘delen’ per vakgebied moeten gebeuren – met collega’s van andere hogescholen. Je ziet het voor je: docenten accountancy of werktuigbouwkunde die open samenwerken met collega’s van Saxion, Han en andere instellingen. Zo’n dialoog dwars op hogeschoolmuren kan wel eens heel effectief zijn. Maar de vraag is of het bestuur daar ruimte voor durft te geven? Op dit moment staat het eigen koninkrijk Windesheim nog centraal .

 

Het doel van het hbo is dat iedereen met voldoende vooropleiding kan instromen, binnen redelijke termijn de eindstreep haalt en daarna werk op niveau vindt. De hogeschool krijgt van de overheid en studenten miljoenen om dat waar te maken, met effectief en relevant beroepsonderwijs. Maar hoe succesvol is ze daarin? Op dit moment is het studiesucces laag: slechts 45 procent van alle eerstejaars heeft na vijf jaar een diploma. Veel gediplomeerden hebben een flexbaan, een flinke studieschuld en geen kans op een hypotheek.

 

Windesheim maakt de beloften dus lang niet voor iedereen waar. Het is belangrijk om daar eerlijk over te zijn en tegelijk alles te doen om kansen voor studenten te vergroten en risico’s te verkleinen. Daarbij moet het instellingsbelang ondergeschikt zijn aan dat van de student.

 

Het is goed dat Windesheim reflecteert op de eigen strategie, maar dat moet niet alleen over de positionering van de instelling gaan en meer zijn dan een marketingverhaal. Het komt aan op open communicatie met docenten, studenten en buitenwereld. Ook onafhankelijk onderzoek naar de effectiviteit van de onderwijsvernieuwing kan helpen. In elk geval moet de hogeschool in de spiegel durven kijken en naar studenten luisteren. Dat brengt ieder op de lange termijn het verst.

 

Pim Breebaart

Frank Steenkamp

 

Pim Breebaart is oud-voorzitter van de Haagse Hogeschool en nu o.a. voorzitter van de Vereniging van Toezichthouders van Hogescholen (VTH). Frank Steenkamp is directeur van het Centrum Hoger Onderwijs Informatie (C.H.O.I.) en hoofdredacteur van de Keuzegids]

 

Hogeschool Windesheim had gevraagd aan Breebaart en Steenkamp om een kritische reactie op de te publiceren nieuwe koers van Windesheim te schrijven. De nieuwe koers en deze bijdrage werden gepubliceerd in de WIN-special van september 2017. Henk Hagoort, voorzitter van het College van Bestuur, gaf in hetzelfde WIN-special de volgende reacties op bovenstaande bijdrage:

 

Over de uitspraak dat de hogeschool met honours programma’s voor de snelste studenten pronkt en dit ten koste kan gaan van de langzamere student, zegt hij:

“Die opmerking vond ik opvallend want de eerste kritiek op de Strategische Koers was: gaan we wel genoeg voor kwaliteit? Gaan we ons niet te veel op de onderkant richten? Ik denk ook helemaal niet dat Windesheim eenzijdig in getalenteerde studenten investeert. Maar in deze Koers willen we wel af van het onderscheid: talentvol, normaal en studenten met een beperking. Sommige studenten hebben een andere uitdaging nodig dan anderen., dan moet je dat ook aanbieden. Dat betekent wat mij betreft niet het einde van honours programs. Leerroutes worden individueler maar het wordt geen individueel onderwijs. Die programs zijn onze proeftuinen van nieuwe vormen van onderwijs. Als er één kenmerk is van honours programs dan is het dat studenten uit verschillende opleidingen daarin samenwerken. Dát zou juist heel normaal moeten worden.”

 

En over de opmerking dat Windesheim met slechts 45% van alle eerste jaars die na vijf jaarhun diploma hebben en dus laag scoort, zegt Henk Hagoort:

“Ik ben het er heel erg mee eens dat we over studiesucces eerlijk moeten zijn. De cijfers die we als sector naar buiten brengen, schetsen het mooier dan het is. Maar een marketingverhaal….het is natuurlijk gemakkelijker om zoiets op te schrijven dan om het uit te voeren. Daar hebben we nog heel lang voor nodig. Voor die open communicatie met docenten en studenten willen we ook echt de tijd nemen. Maar eerlijk gezegd, ondanks alle goedbedoelde inspanningen zijn de cijfers van bijvoorbeeld de eerstejaars uitval sectorbreed niet echt verbeterd. Het is gemillimeter in de marge. Daarom denk ik dat het paradigma waarbinnen we aan het optimaliseren zijn, niet klopt. Als je denkt vanuit voorgeprogrammeerde opleidingen waar je een student zo snel mogelijk doorheen moet loodsen, dan zullen de cijfers, al doe je nog zo je best, niet wezenlijk verbeteren. Die zullen niet fundamenteel verbeteren als je het onderwijs niet anders gaat organiseren. Daarvoor moet je een aantal dingen doorbreken. We moeten het instituut aanpassen aan de studenten, en niet andersom.“

Leiderschap in het hoger onderwijs

vrijdag, september 15th, 2017

Victor C.X. Wang, Bernice Bain, John Hope, Catherine Hansman, Educational Leadership and Organizational Management, linking theories to practice,

Information Age Publishing, INC., Charlotte, USA, 2017, 391 blz., 46,21 €.

Victor Wang, Bernice Bain, John Hope en Catherine Hansman schreven met Educational Leadership and Organizational Management, linking theories to practice, een doorwrochte studie over leiding geven in een hoger onderwijsinstelling. Zij ordenen de theorieën over leidinggeven en plaatsen ze naast de praktijk. Het zal niet verbazen dat er een flinke kloof tussen theorie en praktijk wordt geconstateerd. Of om het anders te zeggen, er wordt door leidinggevenden weinig geleerd, er wordt wel veel geëvalueerd, maar het gedrag, zeker ook het ineffectieve gedrag van vele leidinggevenden, verandert niet erg veel. Dat is wellicht voor sommigen een teleurstellende constatering, maar toch ook herkenbaar? (more…)

Finesses in toezicht houden

zondag, augustus 6th, 2017

Toezicht houden vraagt om betrokkenheid en afstand. Betrokkenheid om aan de voorkant met het bestuur mee te denken over de strategie, bij de implementatie desgewenst te adviseren en zeker niet om langs de kant te blijven staan. Toezicht houden vraagt ook om afstand om met een brede en onafhankelijke blik feedback te kunnen geven over het effectief en efficiënt uitvoeren van die strategie. Steven Schuit en Casper Jaspers schrijven in het Handboek Voorzitter (Mediawerf, 2017) op pagina 151 dat ‘het College van Bestuur de Raad van Toezicht moet betrekken bij het formuleren van de strategie en bij materiële wijzigingen van een bestaande strategie’. En vervolgen dat de Raad moet kunnen ‘vaststellen dat het bestuur zich daadwerkelijk achter de vastgestelde strategie opstelt’. Dit alles vraagt van de toezichthouder ‘meer kennis van de organisatie, de markt en de producten of diensten en de dilemma’s dan van – gewone – interne toezichthouders mag worden verwacht’. De conclusie is duidelijk. Het is geen gemakkelijke opgave, want de tijd en middelen die toezichthouders tot hun beschikking hebben, zijn zeer beperkt. Binnen die randvoorwaarden moeten wij periodiek beoordelen of wij onze functie goed hebben uitgeoefend. En dat is om meerdere redenen een moeilijk te beantwoorden vraag. (more…)

Zonder steun gaat het niet

woensdag, april 5th, 2017

Claire Crawford, Lorraine Dearden, John Micklewright & Anna Vignoles: Family Background and University Success. Differences in higher education access and outcomes in England.

Oxford University Press, Oxford. ISBN 9780199689132; 162 blz. € 29,33

Als een leerling uit een arm Engels gezin op 11-jarige leeftijd naar dezelfde middelbare school gaat als zijn leeftijdgenoot uit een rijker gezin, dan zal het arme kind iets lagere cijfers halen. (more…)

De reproductie van de kloof.

maandag, maart 27th, 2017

William J. Mathis en Tina M. Trujillo, Learning from the Federal Market-Based Reforms, Lessons for the Every Student Succeeds Act (ESSA), Information Age Publishing Inc., ISBN 978-1-68123-503-5, 697 pagina’s, prijs $ 45,99.

Acht jaar geleden tekenden president Obama en minister Duncan de Reconstitutionwet. Daardoor moesten 4000 slecht presterende publiek gefinancierde scholen vervangen worden door private scholen. De wet schrijft voor dat de directeur ontslagen wordt. En maximaal 50% van de docenten krijgt een herbenoeming. De nieuwe private school ontvangt overheidssubsidie. Obama en Duncan verwachtten van deze maatregel dat er beter presterende scholen voor de zwakste leerlingen en studenten zouden ontstaan. Sinds 2008 is het sluiten van publiek gefinancierde scholen in de meest kansloze wijken van de Amerikaanse steden de norm geworden. Het was hun meest ingrijpende maatregel om de gap tussen kansarme en kansrijke kinderen te verkleinen. Werkte het? (more…)

Richt de aandacht op de kansarme student

dinsdag, november 1st, 2016

Sinds de OECD (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) uitgebreide data verzamelt over het onderwijsniveau van de beroepsbevolking is er overtuigend bewijs voor de stelling dat dit de allerbelangrijkste factor is voor de toekomstige sociale, culturele en economische ontwikkelingskansen van een land. De meeste regeringen houden het daarom nauwlettend in de gaten. En allemaal verzinnen ze maatregelen om dit niveau te verbeteren. (more…)

The Road to Excellent Ruin

woensdag, juni 15th, 2016

Rudolf Dekker: The road to excellent ruin. Dutch universities, past, present and future. Panchaud, Amsterdam. ISBN 9789082077964; 177 blz. € 16,50

Wil je in een notendop lezen welke kritiek er mogelijk is op de huidige Nederlandse universiteiten, lees The road to excellent ruin. Rudolf Dekker stipt in dit boek bijna alle mogelijke onderwerpen aan, laat zich niets gelegen liggen aan gezagsdragers of pr-afdelingen, citeert vele kritische krantenartikelen en boeken. Zijn schrijfstijl is zeer toegankelijk. Voor universitaire studenten moet zijn boek een feest zijn. Toch schiet Dekker ook tekort. (more…)

Studiesucces of studiefalen?

woensdag, maart 30th, 2016

Recensie over Rutger Kappe cs. , Studiesucces in de G5, opbrengsten studiesucces onderzoek door zes Randstadhogescholen, november 2015.

Het is 2005, minister Rita Verdonk zal op maandagochtend met vele studenten in De Haagse Hogeschool discussiëren over het succes en falen van de integratie, op vrijdagochtend laat ze een ambtenaar bellen dat ze wel wil spreken maar ze wil niet in discussie, waarop direct een alternatief wordt gevonden in Hans Dijkstal. (more…)

Handboek docent in het hoger onderwijs.

vrijdag, maart 18th, 2016

René van Kralingen en Walter Geerts, Docent! Didactiek en praktijk in het hoger onderwijs van Uitgeverij Coutinho, Bussum 2015,  ISBN 978 90 469 0479 4, 263 blz., € 29,50

We kennen excellente boeken over de beste studenten, docenten en curricula in het hoger onderwijs. Zie daarvoor de boeken van Richard Light, Ken Bain en Derek Bok. Velen in het hoger beroeps onderwijs hebben de boeken over didactiek in het hbo van Dick de Bie cs. gelezen of zijn door hem in de jaren ’80 of ’90 getraind. Maar een overzichtelijk handboek voor de docent in het hoger onderwijs bestond er niet echt. (more…)

Over meertalig opvoeden

maandag, juli 27th, 2015

Recent hebben wij in de Hollandse Club in Singapore een presentatie bijgewoond van Eowyn Crisfield over meertalig opvoeden en meertalig onderwijs. Crisfield is een ervaren consultant voor ouders en scholen over meertaligheid. Zij is Canadese en heeft een Master in Applied Linguistics.  Ze woonde en werkte in het onderwijs in Frankrijk. Ze woont nu in Den Haag en spreekt ook Nederlands en Frans. Haar echtgenoot is Amerikaan en spreekt vooral Engels. Haar drie kinderen spreken Engels, Frans en Nederlands. Ze heeft een website: onraisingbilingualchildren.com. Ze krijgt vragen van ouders over de hele wereld. In Nederland doet ze consultancy voor bedrijven, scholen en voor ouders, haar bedrijf heet CEC (Crisfield Educational Concultancy). (more…)